vrijdag 5 april 2013

Niet de aardappel, maar de wekker

De dagen beginnen voor velen met een wekker die rinkelt, een telefoon die trilt of een radio die spontaan begint te zingen. Een percentage van de slaapgestoorden zal blijven liggen, wanhopig op zoek gaan naar een uitknop en daarbij wild om zich heen slaan. Een ander percentage gedijt het best met een snoozeknop. En dan is er het percentage dat het opstaan als onoverkomelijk ziet en besluit er min of meer het beste van te maken. Naakte of schaars geklede ledematen komen onder het dekbed tevoorschijn, het lijf, tenslotte compleet, beweegt zich richting kraan of badkamer. Het allerkleinste percentage zal hierbij fluitend zijn of haar hoofd van wat spetters water voorzien en verlekkerd denken aan het ontbijt dat straks bereid gaat worden. Weer een dag, weer een feest.

En dat alleen omdat ik illustreren wilde dat een dag toch ergens moet beginnen en meestal bij het begin.

De wekker gaat.
Het is een telefoon en hij trilt op het hout van zijn nachtkastje. Type: snooze.
Hij draait zich om en kijkt naar het stuk deken dat verfrommeld naast hem ligt. Nog voor zijn wekker is de hare gegaan, maar haar ringtone is van begin af aan langs hem heen gegaan. Hij pakt het verfrommeld stukje deken en ruikt eraan, snuift haar geur op zoals iedereen altijd geuren opsnuift. Omdat het in films een moment zou zijn om zijn neusvleugels te laten trillen.

Na tien keer trillen is het werkelijk tijd om op te staan. Tussen tien en elf betekent dat de achterstand vrijwel niet meer in te halen is. Dat er vijf minuten terug de tijd in gegaan moet worden. Dat het fietsongeluk niet aan die verdomde taxichauffeur te wijten is.

Soepel glijdt hij uit het bed, strekt zich uit – een vuist naar links en een vuist naar rechts, ondertussen luid gapend – en rommelt in zijn kast op zoek naar een boxershort. Voor de spiegel observeert hij zijn naakte lijf. Met zijn handen beweegt hij van zijn borsten, wat daar van over is, richting zijn buik en van daar naar zijn benen, naar wat daartussen zit.
Terwijl hij zijn benen in zijn boxershort wringt gaat hij op zoek naar de vulling van de dag. Vandaag een kort gerijpte aardappel, omwikkeld in een zijdezachte zakdoek.
Een broek, een trui, sokken en schoenen. Een pet voor op de fiets en maar hopen dat hij niet afwaait, dat de wind gunstig staat. Een boterham voor onderweg.

Bzzzt, bzzzt. Want als hij wakker wordt dan trilt zijn nachtkastje. Een stuk of tien keer.

1 opmerking: