Het was zondag 2 september en ik werd door banale zaken van mijn stuk gebracht. Zo kreeg ik de groetjes van iemand met wie ik niets had en die ik sinds het einde van ‘niets’ niet meer gesproken had. Dat betekende wellicht alleen dat hij volwassen is. En ik niet. Ik kreeg ook een nieuwe buurman. En een boek over yoga.
Nu is het maandag 3 september en ik zit op kantoor. Ik knuffel het meisje met het kroeshaar dat daardoor wellicht wat overrompeld is. Ik weet ook niet waarom ik doe wat ik doe. Tengo que hacer un montón de cosas. Dat klinkt beter in het Spaans dan in het Nederlands, vind ik. Ane Brun zingt vanuit mijn computer.
Mijn maag is van slag en ik vlucht graag weg. Ik hoef geen spelend kind te zijn. Ik verlang niet terug naar jaren geleden. Soms vind ik het moeilijk om verantwoordelijk te zijn en verantwoordelijkheid te dragen. Ik leefde liever een leven zonder lijntjes. Nu verbind ik me aan alles. Ik ben een ezel en de last wordt steeds zwaarder, maar ik sjok verder. Ook ben ik een mens en mensen doen dingen, verbinden zich, werken.
Ik moet eigenlijk dansend door het leven. Er is niets om over te klagen. Alles gaat alleen maar goed.