maandag 24 januari 2011

Ik wil voelen

Het zit er wel, maar het komt er niet uit. Ik weet ook niet wat ik moet doen om het eruit te trekken, want het zit te diep en mijn afweer is te groot.

Kom op, ik heb geen spanning nodig, wat ik ook voel ik kan het wél aan. En eten, ik moet meer eten. Dat mijn buik dan niet meer zo plat voelt is jammer. In de eerste plaats was ik toch juist blij met een zacht buikje?

En hoe zit het met spijt? Kun je echt beter spijt hebben van de dingen die je wel gedaan hebt dan van de dingen die je niet gedaan hebt?

Oke, adem in en adem uit. Nu niet alles weggooien wat je hebt opgebouwd de laatste maanden. Eén dag die misschien niet het allerfijnste was zegt niks over de komende week. Morgen is er weer een dag.

dinsdag 18 januari 2011

crossing borders

De afgelopen weken ging ik over grenzen. Zowel letterlijk als figuurlijk. Van woensdag tot en met afgelopen zondag stak ik de landsgrenzen over en waande ik mij met twee lieve vriendinnen in het zonnige - gevoelstemperatuur 25 graden - Madrid. Als het zou kunnen ging ik nu terug. Ik at er paella, salades, empanadas (vegetarische want sinds 2011 ben ik geen flexetariër, maar vegetariër), alfajores de maizena (Argentijnse bakkerij), oranje m&m's, churros con chocolate, kastanjes, mais en gepofte zoete aardappel van een man op straat en dronk ik er sap en thee. We dansten op livemuziek van een Spaanse boyband, we dansten met z'n drieën en jaagden de Madrilenen uit hun club. Zingen deden we op straat, in de cafés, in het park, in het hostel. Op zoek naar een plek waar we met meer dan drie konden dansen belandden we in een gayclub waar op dat moment een travestietenshow gaande was - ook leuk om mee te maken zullen we maar zeggen. We deden 'wie het eerst het museum uit is' (en dat voor drie studenten cultuurwetenschappen; is best ernstig) en lagen gesandwiched in het park. We lagen ook gesandwichd in mijn hostelbed waar de andere hostelbezoekers wellicht rare ideeën aan hebben overgehouden. We bezochten de kapper die bij een van mijn vriendinnen een spaanse pony knipte. We zagen de stad wakker worden, maar nooit zou ze slapen.

Gisteren figureerde ik in een kunstfilm. Ook daar ging ik een grens over, want ik ging er aanvankelijk alleen heen (uiteindelijk is een vriendin mee geweest, maar na tien minuten vertrokken omdat ze eigenlijk geen tijd had) en voelde me behoorlijk onzeker over hoe ik eruit zou zien en wat er eventueel van me verwacht zou worden (al dacht ik dat ik alleen maar hoefde te zitten). Het viel ontzettend mee. Sterker nog, ik heb een fijne avond gehad en leuke nieuwe mensen ontmoet. De jongen met de lange haren en ik zagen er vast uit alsof we elkaar al jaren kenden en het was dan ook niet leuk wanneer we weer eens gescheiden werden omdat dat beter voor het beeld was. De tangoleraar inspireerde me. Niet alleen om tango te dansen, maar ook om een passie te vinden. Om een vuurtje te stichten in dat lijf van mij. Ondanks het feit dat ik de laatste tram miste en op de hakken van vriendin toch een behoorlijk stuk moest lopen had ik een hele fijne avond en dus ga ik vaker grenzen over.

Last but not least: er is een nieuw persoon in mijn leven. Ik zal niet van liefde of iets dergelijks spreken, maar we daten. Ook hier ga ik grenzen over, ben ik eerlijker dan ooit, maar moet ik uitkijken mijn eigen grenzen te handhaven en niet de grenzen die hij misschien van mij verwacht. Daarnaast moet ik ook zorgen dat ik dichter bij mijn gevoel kom te staan, omdat ik nu eigenlijk niets voel. Schrijven is een begin denk ik.

Hoewel het voelt alsof ik mezelf continue over een grens moet slepen en duwen is het goed zo. Weet ik dat het nodig is. Dat niet alles meteen goed voelt en dat ik vooruit mag gaan. Dat het aan de andere kant niet vreselijk is.

maandag 3 januari 2011

Over de mist ingaan

Ik hoor nu eigenlijk in Amsterdam te zitten, maar ik zit nog bij mijn ouders thuis. Eigenlijk hoor ik nu een tentamen te leren, maar een vaag gevoel zegt me dat ik het al heb opgegeven. En natuurlijk zit ik morgen dat tentamen te maken - ook al voelt het alsof ik bij voorbaat al gefaald heb.
Afgelopen week is gegaan zoals al mijn vakanties gaan; aan het einde heb ik het gevoel dat ik eigenlijk geen vakantie heb gehad. Een rare, misschien zelfs ondankbare, kronkel, omdat ik wel degelijk leuke dingen gedaan heb, films heb gekeken, gewandeld, met vrienden afgesproken. En toch, voel ik me verre van uitgerust, doet mijn nek pijn van de spanning en langzamerhand sluipt het d-woord weer in me.
Waar ik een tijdje geleden alles wilde, wil ik nu even niets meer. Ik ben boos en ik reageer het op iedereen af, maar het meeste op mezelf. En ik ben verdrietig en ik word gek hier. Het voelt serieus of ik elke seconde die ik hier ben krankzinniger word. Maar toch lukt het me niet weg te gaan.
Ik voel me klein en tegelijkertijd ontzettend groot in omvang. Ik vind het niet erg om klein te zijn, maar dan wel klein ten opzichte van de grote wereld, alle dingen die ik nog moet zien, moet bezoeken, moet voelen en vinden. Niet klein ten opzichte van mijn ouders.

Genoeg negatiefs. Het trekt wel weer bij, ik moet gewoon de trein in, een adempauze nemen en dan weer door.