Had ik me omgedraaid, mijn armen minder ver uitgestrekt en de slaap niet uit mijn ogen gewreven. Dan had ik niet in je wangen geprikt en mijn lijf niet op het jouwe geschoven om zo fysiek mogelijk duidelijk te maken dat ik wakker was. Dan hoorden wekkers nergens thuis en aten we samen boterhammen met pindakaas en hagelslag. Had ik mijn hoofd uit het raam gestoken en geconcludeerd dat vandaag minder zonnig was, winderig en een jas geen overbodige luxe. Dan was ik niet geslopen, maar gegaan in vrede.
Tijd tikt en ik leef vertraagd. Twee woorden bieden geen uitkomst.
En dat alles omdat er 's ochtends nog iets te redden valt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten