“Het kost wat, maar dan heb je ook wat.”
De potige man lacht zijn zwarte
tanden bloot. Hij schuift het pakket niet al te voorzichtig over de toonbank
mijn richting op. Een jas tot onder mijn knieën, twee handzame koffers, een
hoge hoed en een zonnebril voor als – gek genoeg – de zon schijnt.
“Ach,
onzichtbaar zul je niet zijn, verstopt wel.”
Van buiten lijkt het een
speelgoedwinkel met pluchen beesten die de passerende winkeliers buiten manisch
toelachen. Binnen blijkt de winkelier veelzijdig. Ervaringen, gebeurtenissen,
onbekende bestemmingen en een pakketje incognito zijn slechts een greep uit
zijn assortiment.
In de loop der jaren is de winkel
steeds voller geraakt, alsof er niets verkocht wordt, alleen maar ingekocht. Tussen
de kledingrekken, ballondieren, stapels boeken, keukenspullen en wasmachines,
waan ik me een weg naar het in verval geraakte bord waarop staat ‘metro’. Drie
metro-uitgangen heeft men ooit teveel geacht en daarom is de meest overbodige
interieur van de winkel geworden.
De jas trek ik aan, de hoed zet
ik op, de zonnebril bewaar ik voor later en de koffers houd ik onder mijn
armen.
“Doe
mij maar een reisje nergens.”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten