donderdag 29 november 2012
Goedheiligman, wanneer komt u mijn bed verwarmen?
Het is koud buiten en de maan zie ik door de bomen schijnen.
Elke avond zet ik braaf mijn schoen, maar om al dat zoet is het mij niet te
doen. Liever trekt u dus uw mantel uit en haal toch eens een kam door die baard. Kriebelende grijze haren en de zoete geur van speculaas en dat terwijl uw zeshonderd jaar zich tussen mijn lakens nestelt.
vrijdag 23 november 2012
Het is vrijdag en het regent
Zelfs balanceren voelt niet spannend meer, maar misschien is het slechts onverschilligheid. Alle ist mir egal, zucht ik dan. Vingers prikken in mijn wangen en buik en armen, mijn lichaam wordt afgespeurd op zoek naar passie. Ik open mijn mond en roep heel hard AAAA, maar op het rinkelen van de bel achter in mijn keel na, ziet men niets. Ik snijd mijn buik open en tevoorschijn komt een assortiment aan voedsel, van rozijnen tot taart en van deense kaas tot banaan. Die leegte wekt agressie op, niet in de laatste plaats bij mezelf. Wild wordt er in mijn ogen geschenen, onder mijn oksels gegrepen en in mijn navel gestaard. Niets. De haren worden uit mijn rug getrokken, het vuil onder mijn teennagels vandaan geschraapt. Iemand pakt me bij de benen, schudt totdat mijn armen in de rondte wapperen en laat de lege huls dan achteloos vallen. Zelfs een zucht blijft ons bespaard.
vrijdag 16 november 2012
The difference between how things are and how things ought to be
Het zullen de films of de boeken zijn, die maken dat ik alleen nog maar 's nachts achter een typemachine wil kruipen met achter mijn ene oor een pen en achter de andere een sigaret. Wild tikkend schrijf ik flarden gesprekken, flarden fictie en flarden niets. De koffie is pikzwart en ik stink. Waarschijnlijk is er een crisis en heet zij existentialistisch. Flaneren doe ik niet meer, voortaan slenter ik. Mijn jas hangt half open, om mijn nek een dikke sjaal en de dreadlock die mijn haar geworden is voelt zwaar. Alles voor de kunst zullen we maar zeggen. Aan een tafel in een aftands café neemt hij tegenover mij plaats. Ik zucht en blaas een kringel rook in zijn gezicht. "Weet je nog?" vraag ik hem. Het bed herinnert hij zich en hoe we daar nooit uit kwamen. Een koude vloer, koude neuzen en koude voeten - wat zou actie lonen? Thee en gesnuffel, vlierbessensap en geknuffel. Hij somt op en ik staar. Niet naar hem, maar in de verte. De sigaretten staan me niet, de wallen onder mijn ogen evenmin. Hij pakt mijn hand, knijpt er stevig in en ik sta op om mijn gezicht in zijn oksel te begraven.
dinsdag 6 november 2012
Frank
'Dag, mijn naam is Frank. Ik ben dakloos, maar niet ongelukkig.'
Frank kijkt me met grote ogen aan en schenkt me een onschuldige glimlach, zijn vuile handen losjes om een stapeltje boeken geklemd.
'Kijk, ik heb De drie musketiers bij me, een heel mooi boek. Zou je die misschien voor een kleine vergoeding van me willen overnemen?'
De jongen die ik een jaar niet zag, lacht naar me en kijkt alsof hij denkt 'Heb jíj weer'.
'Wil je het boek anders hebben? Ik hoef er geen geld voor.'
Franks ogen nemen mijn gezicht zorgvuldig op, maar in mijn portemonnee verzamel ik slechts centen.
Met de boeken in zijn handen loopt Frank verder en ik mompel: 'Hij is een dakloze naar mijn hart, een literaire dakloze.'
Frank kijkt me met grote ogen aan en schenkt me een onschuldige glimlach, zijn vuile handen losjes om een stapeltje boeken geklemd.
'Kijk, ik heb De drie musketiers bij me, een heel mooi boek. Zou je die misschien voor een kleine vergoeding van me willen overnemen?'
De jongen die ik een jaar niet zag, lacht naar me en kijkt alsof hij denkt 'Heb jíj weer'.
'Wil je het boek anders hebben? Ik hoef er geen geld voor.'
Franks ogen nemen mijn gezicht zorgvuldig op, maar in mijn portemonnee verzamel ik slechts centen.
Met de boeken in zijn handen loopt Frank verder en ik mompel: 'Hij is een dakloze naar mijn hart, een literaire dakloze.'
vrijdag 2 november 2012
De projectie van (mijn) eenzaamheid
‘Een kopje koffie graag.’
‘Gewone koffie?’
‘Gewone koffie.’
Dit is het begin. Ik wil niet accepteren dat er mensen zijn die zichzelf trakteren op zwarte koffie. We hebben ook cappuccino, verse muntthee, latte macchiatto, ach, zelfs een dubbele espresso zou volstaan. Ik geef een harde zwengel aan de koffiebonenmaler, maar de schep koffie die ik produceer is minder dan gebruikelijk. Terwijl de waterige koffie uit het apparaat pruttelt, voel ik me schuldig. Had hij nou maar om een cappuccino gevraagd, dan kon de melk de waterige substantie verbloemen.
‘Dat wordt dan twee euro, alstublieft.’
Hij geeft me een munt van twee euro en een van twintig cent. Ik keer de man mijn rug toe, kijk naar mijn hand en de munten in mijn hand, draai me weer om en laat hem de kleinste munt zien. Mijn gezicht is een vraagteken.
Hij knikt, wendt snel zijn gezicht af. Het is al erg genoeg dat hij zwarte koffie drinkt, alleen.
Terwijl ik gebruikte theezakjes in de uitpuilende prullenbak stop, staart de man voor zich uit. Af en toe neemt hij een slokje, soms kijkt hij naar de grond. Zijn mondhoeken hangen naar beneden en zijn voorhoofd is gefronst. Ik steek mijn hoofd achter het koffieapparaat vandaan en schenk hem mijn warmste glimlach. Donkere ogen kijken me een seconde aan, alvorens hij zijn koffie in één teug leegslurpt en de bar verlaat. Zijn koffie drinkt hij zwart en het liefst alleen. Dat doet hij nu en dat heeft hij altijd al zo gedaan.
Abonneren op:
Posts (Atom)