Met zijn vingers kamt hij mijn haar en fluistert in mijn
oor: ‘Jij bent doodeng, weet je dat?’ Dat zegt hij natuurlijk niet, noch fluistert hij. ‘Ik ga niet zeggen wat jij
wilt dat ik zeg’, is wat hij in werkelijkheid mompelt. Mijn spel speelt hij
niet mee. Ik ben onhandelbaar zoals het kind dat niet naar bed wil. Ik zwijg,
ik stampvoet, ik snauw en ik wauwel. Tenslotte lach ik mijn maniakale lach en
besluit dat ik beter actrice had kunnen worden dan de suggestie van een muze te
zijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten