Omdat ik voornamelijk over leven schrijf, zal ik mijn ondertitel vandaag wat eer aan doen. Omdat ik uren kan praten over avocado's met peper, appeltjes uit de oven, cheesecake en risotto. En omdat liefde echt door de maag gaat. Ik hou van jou en van je speltpannekoeken.
Ik ben de nachtmerrie van elke keukenprinses. De taart is nog maar net uit de oven of er wordt subtiel een randje afgebroken. En nog een, en dan nog een. Wanneer ik een schaal druiven passeer kan ik het niet laten er een trosje af te pakken. (En dan nog een.) De groenten hebben de oven nog amper verlaten of ik heb er al een stukje ui of een teentje knoflook uit gegraaid en zuig deze laatste nu uit alsof ik geen mens, maar een miereneter ben. Met mes en vork lukt het me best, mijn servet op schoot en van tijd tot tijd mijn mond afvegend. Maar met handen smaakt het zoveel beter. Geen schaamte, maar trots. Wat stoei jij nu met je mes en vork? Pak dat broodje, dat stuk pizza of die knapperig gegrilde pompoen met je beide handen en geniet. Je mag er best je vingers bij aflikken.
Kunst is mijn ondergeschoven kindje. In mijn kamer hangen kaarten van Patricia Piccinini, James Ensor, Andy Warhol, Kees van Dongen en - vooruit - mijn moeder. Blote billen, verschrompelde lijfjes, hamburgeretende kunstenaars en een onbestemd kleurenspel. Zelden dwaal ik nog door musea. Ik word onrustig van de mensen voor en achter me en heb soms het gevoel dat ik in de Kalverstraat in plaats van in het Rijksmuseum rondwandel. De man met de bril en het kale achterhoofd drukt met zijn neus bijna tegen het doek aan en ik krijg zin hem aan de paar haren die hij nog overheeft naar achter te trekken. De bewaker is me voor. Bij gebrek aan anderen, schuif ik zelf op mijn rug over de vloer terwijl ik mijn handen over mijn buik beweeg en mijn lijf met zwarte letters beschrijf.
Omdat ik niet alleen maar leef en omdat ik ooit wilde schrijven over de polenta van mijn moeder en de nieuwste tentoonstelling in het Stedelijk.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten